13-01-17

"Gluren bij de buren", Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

gluren bij de buren, taal, nederlands, vlaams, taalverschillenGluren bij de buren, Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

bespreking: Peter Motte, 1484 woorden

Woordenboeken bestaan in allerlei maten. Er zijn dialectwoordenboeken met combinaties met Belgisch-Nederlands, Zuid-Nederlands of Vlaams-Nederlands.

Om met het eenvoudigste te beginnen: Vlaams-Nederlands. In principe is dat Nederlands in Vlaanderen. Maar terwijl tegenwoordig Vlaanderen wordt beschouwd als het Nederlandstalige gebied van België, is er ook een stuk Vlaanderen in het noordwesten van Frankrijk, en in het zuidwesten van Nederland is er Zeeuws-Vlaanderen. Die gebieden hebben de ingweonismen gemeenschappelijk: taalkenmerken die ook in het Engels bestaan en die afkomstig zijn van volkeren uit Noord-Europa.

Het Zuid-Nederlands is een groep Nederlandse dialecten die zich onderscheidt van Noord-Nederlands. De grens tussen beide streken wordt gevormd door de "Grote Rivieren". Dat is een gebied waarin de Rijn en de Maas eerst een tijdje gescheiden van elkaar lopen, om uiteindelijk door allerlei waterlopen en kanalen te verstrengelen, zodat je niet eens meer weet in welk water je zwemt.
De taalkundige scheiding ontstond door de uittocht van Vlamingen in de periode van de Val van Antwerpen. Wie al eens Noord-Brabant heeft bezocht, zal hebben gemerkt dat het Nederlands daar inderdaad anders is dan in bijv. Noord-Holland. Het klinkt in Vlaamse oren vertrouwder door de gemeenschappelijke Brabantse elementen. Het Brabantse dialect is de dominante taalvorm in Vlaanderen, maar komt ook voor in het zuiden van Nederland, ten zuiden van de Grote Rivieren.

Belgisch-Nederlands is Nederlands dat alleen in België wordt gebruikt, ontstaan door de staatkundige scheiding van België en Nederland. Het bevat vooral gallicismen, gemakzuchtige letterlijke vertalingen van het Frans naar het Nederlands, die werden ingevoerd door Vlamingen die gebrekkig onderwijs in hun eigen taal hadden gekregen, maar ook door Franstaligen die Nederlands probeerden te spreken. Een groot deel van de gallicismen is ingevoerd door tweetalige Belgen. Bovendien hebben sommige Franstaligen in de Nederlandstalige streken van België zich wel degelijk aangepast. Spijtig genoeg hebben zij daarbij veel gallicismen ingevoerd.

Als er dus een taalboek of woordenboek over taalverschillen tussen Vlamingen en Nederlanders verschijnt, bestaat het gevaar dat er een potpourri ontstaat doordat taalelementen met totaal verschillende achtergronden door elkaar worden gegooid.
Een extra complicatie is dat Hollands gemakkelijk als echt Nederlands wordt beschouwd. Het is inderdaad de dominante dialectgroep in Nederland, maar de streek ervan is beperkt tot de provincies Zuid- en Noord-Holland, en belangrijke stukken van de aangrenzende provincies. De noordoostelijke streken van Nederland, vooral Groningen, spreken geen Hollands. En de zuidoostelijke streken, zoals rond Maastricht, spreken Limburgs. En zoals hierboven uiteengezet, wordt de zaak gecompliceerd door de Grote Rivieren. Noord-Brabanders klagen soms dat "de Hollanders" hun teksten "te Vlaams" vinden. De kous is dus niet af door "Vlaams" te contrasteren met "Hollands".
Die ingewikkelde achtergrond is een ideale voedingsbodem voor misverstanden over wat Vlaams en correct Nederlands zijn.

Want ondanks alles is er wel degelijk correct en niet correct Nederlands, en de discussie erover wordt vaak verwrongen door verzwegen belangen.
Om te beginnen dient een standaardtaal in de eerste plaats om door zoveel mogelijk mensen over een zo groot mogelijk gebied te worden begrepen. Het gaat niet om cafépraat of om moppen vertellen. Het gaat om wetteksten, contracten, technische handleidingen en wetenschappelijke teksten. Het gaat om rechtszekerheid en duidelijk overgebrachte informatie, die in sommige gevallen van levensbelang is (cfr. veiligheidsrichtlijnen in technische handleidingen). Veel klachten over Standaardnederlands doen daardoor niet ter zake.
Mensen die het zouden moeten weten - taalkundigen, taalleraren en taaljournalisten - lijken dat soms niet door te hebben, en gooien samen met de luidst roependen het kind met het badwater weg. Enige jacht op populariteit om boekjes te verkopen, zal daar niet vreemd aan zijn.
De verschillen tussen al die Nederlandse varianten worden vaak uitvergroot om het publiek te overtuigen. En toch kunnen we nog altijd Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-programma's volgen zonder vertaler of tolk. Probeer dat maar eens met het Duits. En hoe verklaar je dat sommigen klagen dat Nederlanders en Vlamingen verschillende talen spreken, terwijl anderen beweren dat je Duits gemakkelijk begrijpt zonder les te volgen? Sommigen zeggen zelfs dat ze Frans zouden leren door gewoon een week in Frankrijk te zijn!
Zulke bedenkingen kun je in het achterhoofd houden als je de inleidingen van Rik Schutz en Ludo Permentier leest. Eigenlijk ontkennen ze die ook niet. Ze willen alleen maar dat de vaststelling over de hoge onderlinge begrijpelijkheid de eer krijgt die ze toekomt en dat er minder streng wordt gereageerd op een afwijking. Maar daarmee lopen ze het risico het idee van de standaardtaal te begraven.

Wat zeggen de auteurs zelf over hun benadering? Wel, in het treffend genoemde Tussenwoord staat: "In dit boek gaat het alleen om woorden en uitdrukkingen. Om precies te zijn: om woorden en uitdrukkingen die maar aan één kant van de grens gebruikelijk zijn en daardoor bij de buren voor verwarring kunnen zorgen, bijvoorbeeld het Vlaamse woord "buitenwipper" en het Nederlandse "beunhaas". Het kunnen ook woorden of uitdrukkingen zijn die een andere betekenis hebben in Nederland en Vlaanderen, zoals "lopen" voor "wandelen" (Nederland) en "rennen" (Vlaanderen). Of juist verschillende woorden of uitdrukkingen die hetzelfde betekenen, bijvoorbeeld "dat zijn vijgen na Pasen" (Vlaanderen) en "dat is mosterd na de maaltijd" (Nederlands) (…) Je vindt in dit boek woorden die in Vlaanderen en Nederland algemeen gebruikt worden, of ze nu tot de spreektaal of de schrijftaal behoren, formeel of informeel zijn, en puristisch of niet. Omdat het alleen om variatie in woorden en uitdrukkingen gaat, staan er in dit boek dus geen woorden waarvan het enige verschil is dat Vlamingen en Nederlanders ze verschillend uitspreken, maar die verder gelijk zijn in spelling en betekenis, en waarvan de gevoelswaarde ook hetzelfde is. (…) Om dezelfde reden vind je in dit boek geen grammaticale verschillen, die overigens toch al gering zijn. "

Maar het echte probleem met het boekje is niet zozeer dat ze erkennen dat er varianten zijn. Het echte probleem is dat ze suggereren dat er één variant in Vlaanderen zou voorkomen. Alleen al de complexiteit van die verschillen maakt duidelijk dat zoiets onmogelijk is.
Ook krijgt de lezer in dit boekje de indruk dat de samenstellers niet vertrekken van objectieve gegevens, maar van hun eigen ervaringen, voorkeuren en omgeving en op basis daarvan woorden als "vreemd" of "niet vreemd" klasseren. Steunen de auteurs op dialectwoordenboeken? Hun gewoonten? Steekproeven? En bij wie hebben ze die steekproeven uitgevoerd?
Het is een goede zaak dat ze geen rekening hielden met uitspraakverschillen, maar taal is meer dan uitspraak. Vlamingen zeggen woorden die slechts een minderheid van hen zal schrijven, en omgekeerd. En hetzelfde geldt ook in Nederland. Daardoor kunnen Nederlandse teksten die voor de andere taalgroep worden aangepast in het beste geval koddig en in het slechtste geval misplaatst overkomen. Bijna elke Vlaming zegt "kleedje" als hij "jurk" bedoelt, maar als "kleedje" op een etalageruit staat, kijkt iedereen vreemd op.
Boekjes als dit gaan voortdurend voorbij aan de grote variatie in de taalverschillen, terwijl ze die zouden verdedigen. Niet elke Vlaming zegt "tas" in plaats van "kopje". Maar "tas" staat wel in het boekje, en de andere varianten niet. "Tas" wordt hier dus tot "gebruikelijk" in Vlaanderen uitgeroepen, terwijl dat niet waar is. Het boekje vermeldt zelfs woorden die ik niet eens ken.
De algemeenheid van sub-standaardtaal is vaak van korte duur. Niet elke Vlaming gebruikt het woord "schuifaf" in plaats van "glijbaan". "Schuifaf" is maar in een klein gebiedje rond Vilvoorde bekend, en kende tijdelijk een bredere verspreiding omdat het ooit de titel van een kinderprogramma was dat werd gemaakt door een tv-zender … in Vilvoorde! Toen het programma verdween, zakte ook het woord weg.

Tegelijk is de ijver voor een algemeen Vlaams een slag in het water. Vlamingen die denken dat Algemeen Vlaams gemakkelijker zou zijn dan Standaardnederlands, vergissen zich. Ze zouden hun taalgebruik nog altijd moeten aanpassen aan dat van anderen. Het blijft vechten tegen de rode balpen. Een standaard blijft een standaard, en niemand wordt daarmee geboren.

Het boekje wekt de indruk dat er over de grens een standaard bestaat, die er niet is. De lezer riskeert zijn taal aan te passen zodat hij nog minder begrepen wordt en bovendien in de verkeerde context met de verkeerde zinsneden uitpakt.

Wat is dan de verdienste van "Gluren bij de buren"?
Het kan een leuk cadeauboekje zijn. Uiteindelijk zijn al die taalverschillen amusant. Je merkt aan de ruime lay-out dat men er een luchtig boekje van wou maken. Er staan zelfs wat cartoons in.
Spijtig genoeg is alleen de lay-out luchtig. De teksten vertellen af en toe een grap op basis van clichés of van "plezante woorden" zoals "poepen". Ook is de uitleg soms onduidelijk. Veel brengt het ons niet bij. Gelukkig kun je het op één avond uitlezen. Het is iets voor onder de kerstboom. Die wordt na de feesten ook in brand gestoken.

Gluren bij de buren, Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar, inleidingen: Rik Schutz & Ludo Permentier, 2016, Utrecht/Antwerpen, Van Dale uitgevers, paperback, 21x12 cm, 130 p's,
isbn 978-94-6077-311-2
prijs: 12,50 euro

woensdag, 11 januari 2017
gluren bij de buren, taal, nederlands, vlaams, taalverschillen

13:44 Gepost door Peter Tilff 2005 in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: taal, taalverschillen, gluren bij de buren, nederlands, vlaams, heidi aalbrecht, pyter wagenaar | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |

13-03-16

Technische vertalingen = Peter Motte




Technische vertalingen



=



Peter Motte





Engels, Frans, Duits

naar

Nederlands

(andere combinaties mogelijk)



Met Nederlands bruikbaar in Vlaanderen én Nederland!



Onderwerpen en klanten



Zwaar materiaal

Caterpillar graafmachines en zwaar materiaal met dieselmotoren

Claas/Renault landbouwmachines

Viega buisleidingnetwerken



Professionele uitrusting

Parkland freesmachines en snijmachines

Ventapp Apparatebau ventilatoren



IT

Dimension Data bestandsbeheer

Microsoft bestandsbeheer



ICT

LG smartphones

Caterpillar smartphones



Ook adminstratieve teksten:

contracten, verzekeringen, bedrijfspublicaties ...



Informatie

peter.motte@skynet.be

http://www.vertaalbureaumotte.be

http://vertaalbureau-motte.skynetblogs.be/

Twitter @TraductionMotte



Lid van de BKVT-CBTI

18:36 Gepost door Peter Tilff 2005 in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vertalingen, vertalers, vertalen, technisch, administratief, frans, engels, duits, nederlands, vlaams | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |

20-10-15

Nieuwe Dikke Van Dale! 15e editie!

van dale, lexicografie, woordenboek, nederlands, groot woordenboek van de nederlandse taal, 2015, 15e editie1864: Calisch en Calisch houden hun verklarend woordenboek Nederlands boven de doopvont. Dat is opvallend, want in hetzelfde jaar verscheen het eerste deel van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Die parallel tussen het WNT en de Dikke Van Dale is nooit verdwenen.

De reden is eenvoudig: woordenboeken bouwen altijd voort op bestaande woordenboeken, behalve enkele honderden jaren geleden. Maar dat is een ander hoofdstuk van de lexicologie.

Calisch en Calisch wilden zich misschien minstens gedeeltelijk baseren op het WNT.

Maar het WNT was in 1864 niet volledig: alleen het eerste deel van A tot ajuin verscheen. Voor alle andere woorden moesten C&C dus elders te rade gaan. Dat was het door hun vader uitgegeven Fransch-Hollandsch en Hollandsch-Fransch woordenboek. En dat zal wel weer op andere boeken hebben gesteund.

Het Nederlands-Franse deel van het Nieuw Fransch-Nederduitsch en Nederduitsch-Fransch Woordenboek van S.J.M. van Moock werd door Van Dale gecombineerd met het werk van C&C, en zo ontstond in 1872 de eerste Van Dale.
In 1998 werd het WNT eindelijk voltooid, en gedurende al die jaren werd bij elke nieuwe editie van de Dikke Van Dale geput uit de resultaten van de WNT, aangevuld met zelfs inzendingen van de gebruikers.

Er is echter een probleem met het WNT: het werk was zo groots opgevat, dat op een bepaald moment werd besloten niet alle Nederlandse woorden op te nemen. Daarvoor werd zelfs een ander project opgestart. Bovendien had het WNT wetenschappelijke pretenties: elke ingang is een poging om de etymologie van het woord te beschrijven, en niet alleen de betekenis ervan. Het boek werd ook afgeladen met vindplaatsen van de woorden, om te bewijzen dat de vastgestelde etymologische, grammaticale en semantische ontwikkelingen juist waren. Daardoor is het om woorden op te zoeken compleet onbruikbaar.

Nog erger is dat het is gespeld volgens de spellingregels uit de 19e eeuw, zelfs toen die al lang waren opgegeven. Zeker daardoor is het voor de huidige gebruikers onleesbaar.

Het resultaat was in elk geval dat iedere nieuwe Van Dale dikker werd. De eerste uitgave was al omvangrijk, maar kon nog als één deel worden gepubliceerd. Uiteindelijk groeide het uit tot de huidige drie delen, en naar verluidt zou het daar bij blijven.

Dat is echter de vraag: ook deze uitgave telt weer meer woorden dan de vorige, zelfs al werden er heel wat geschrapt. Het boek werd aangevuld met allerlei nieuwigheden, die voor het WNT niet eens denkbaar waren. Zoals app.

Leuk is dat de Dikke Van Dale de etymologie niet helemaal heeft opgegeven. Die wordt bij sommige lemma's in een andere kleur weergegeven, zodat bij 'app' wordt vermeld dat het is afgeleid van het Engelse 'application'. Soms staat er ook een datum bij, 'Apostaat' blijkt al in 1504 in het Nederlands voor te komen.

In de vorige editie werden in de Van Dale ook illustraties toegevoegd. Dat is noodzakelijk om te voorkomen dat je in cirkeltjes leest. De tekeningen zijn wat klein, en er zouden er meer mogen zijn. Het zou bijvoorbeeld geen slecht idee zijn om bij 'wiskunde' of een gelijkaardig woord meerdere wiskundige figuren samen af te beelden. Er zijn ook niet echt veel afbeeldingen. Als je wat bladert, moet je zelfs wat geluk hebben om er eentje te vinden. Op dat gebied kan het boek dus nog worden verbeterd.

Toen de nieuwste editie werd voorgesteld, gewaagden sommigen dat het de laatste papieren versie zou zijn. Wij betwijfelen dat. Om te beginnen is de Van Dale nooit iets geweest dat echt in grote aantallen werd gekocht. Het is altijd een boek geweest dat je één of twee keer in je leven kocht om er zo lang mogelijk mee te doen. De normale huidige prijs is 179 euro, en de voorintekenprijs was 149 euro. Ter vergelijking: de nieuwe editie van 1984 kostte 6000 BEF, dus eigenlijk evenveel als de huidige voorintekenprijs. En dat was dertig jaar geleden. Het is dus nooit een boek geweest dat je er even tussendoor kocht. Waarom zou dat nu anders zijn? En waarom zou het dan nu worden weggeconcurreerd door internettoepassingen? Overigens: wie de papieren versie koopt, krijgt er één jaar gratis internettoegang bij.

Sommigen wijzen erop dat mobiele toepassingen zo'n zwaar boek van ongeveer zes kilogram overbodig zouden maken, maar mobiele toepassingen zijn evenmin altijd handig. Dus dat zit ook wel snor. En de kleinere pocketwoordenboeken verschijnen ook nog altijd.

Dus ergens zal dat papieren woordenboek wel overleven. Er zijn enkele nadelen, maar er zijn ook voordelen. Nog altijd slaagt geen enkel computerscherm erin om hetzelfde overzicht te bieden als een blad papier. We herinneren ons zelfs dat het schrijven op beeldscherm een aanpassing vroeg doordat het overzicht slechter was. En de Dikke Van Dale heeft aan die overzichtelijkheid nog bijgedragen, doordat bij lange lemma ook een mini-inhoudsopgave staat.

De encyclopedische waarde is versterkt doordat er kaderteksten werden toegevoegd, maar die beperken zich tot vaktermen uit de taalwetenschap, spelling en lexicografie. Rekening houdende met de soms waanzinnige veranderingen die de Spellingcommissie de laatste decennia probeerde door te voeren (o.a. het hilarische '1 aprilgrap' i.p.v. '1-aprilgrap'), is dat heel welkom.

Met deze nieuwe Van Dale zijn we weer gered voor tien jaar.

Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse taal, 2015, 15e editie, Van Dale Lexicografie, 179 euro (voorintekenprijs 149 euro)

09:37 Gepost door Peter Tilff 2005 in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: van dale, groot woordenboek van de nederlandse taal, nederlands, dikke van dale, 2015, 15e editie | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | | Pin it! |  Print | | |